Eens gered Altijd gered?

 

   Een groot probleem in moderne theologie is de eens gered altijd gered leer.

   Deze leer veronderstelt dat wanneer iemand eenmaal Christus heeft aangenomen hij/zij voor altijd gered is.

   Dit is ook deels gebaseerd op de theologische dwaling van de erfzonde, namelijk dat het vlees corrupt is,      en er geen ontkomen is aan de zonde in dit leven!  (totale verdorvenheid van de mens)

   Dat Christus letterlijk ieders zonden heeft gedragen en hier een soort wisseltruc aanbiedt, voor hen die tot      bekering komen.  (universalisme)

    en dat wanneer een persoon onder Zijn Genade leeft, niet meer verantwoordelijk is voor de zonden die de      persoon kan doen na de bekering, omdat dit zogenaamd hem/haar niet zal worden aangerekend. 

   

   

1 Timotheus 4:1-2

 Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen,

 door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid.

 

Psalm 25:12-15


 Wie is de man die de HEERE vreest? mem


Hij onderwijst hem in de weg die hij moet kiezen.


Zijn ziel overnacht in het goede, nun


zijn nageslacht zal de aarde bezitten.


Vertrouwelijk gaat de HEERE om met wie Hem vrezen, samech


Zijn verbond maakt Hij hun bekend.


 Mijn ogen zijn voortdurend gericht op de HEERE, ain


want Hij bevrijdt mijn voeten uit het net.

 

 

 

 

 

 


       Hieronder een aantal bijbelversen die duidelijk wijzen op het kunnen verliezen van je redding.

       


Mattheus 7:21-23


21   Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is.


22   Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan?


23   Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!


 


 


Hebreeen 6:4-6


         4   Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest,


5 en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld,


6 en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.


 


 


2 Timotheus 2:9-12


         9   Daarvoor lijd ik verdrukkingen  en draag zelfs boeien als een misdadiger. Maar het Woord van God is niet gebonden.


10 Daarom verdraag ik alles ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij de zaligheid in Christus Jezus zouden verkrijgen, met eeuwige heerlijkheid.


11 Dit is een betrouwbaar woord.  Want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.


12   Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren.  Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen.


 


 


Ezechiel 18:20-26


20 De mens die zondigt, díe zal sterven. De zoon zal de ongerechtigheid van de vader niet dragen, en de vader zal de ongerechtigheid van de zoon niet dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal op hemzelf zijn, en de goddeloosheid van de goddeloze zal op hemzelf zijn.


 


21 Maar wanneer de goddeloze zich bekeert van al zijn zonden die hij gedaan heeft, al Mijn verordeningen in acht neemt en recht en gerechtigheid doet, zal hij zeker in leven blijven, hij zal niet sterven.


22 Al zijn overtredingen, die hij begaan heeft, ze zullen hem niet in herinnering gebracht worden. Vanwege zijn gerechtigheid, die hij gedaan heeft, zal hij leven.


23  Zou Ik werkelijk behagen scheppen in de dood van de goddeloze? spreekt de Heere HEERE. Is het niet, wanneer hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij zal leven?


24 Maar als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid en onrecht doet, overeenkomstig al de gruweldaden die de goddeloze gedaan heeft en doet, zal hij in leven blijven? Al zijn gerechtigheden, die hij gedaan heeft, ze zullen niet in herinnering gebracht worden. Vanwege zijn trouwbreuk, die hij gepleegd heeft en vanwege zijn zonde, die hij begaan heeft, alleen dáárom zal hij sterven.


25 Verder zegt u: De weg van de Heere is niet recht. Luister toch, huis van Israël! Mijn weg is niet recht? Zijn niet veeleeruw wegen onrecht?


26 Als de rechtvaardige zich afkeert van zijn gerechtigheid en onrecht doet en daarom sterft, dan sterft hij vanwege zijn onrecht, dat hij gedaan heeft.


 


 


2 Petrus 2:20-22


20   Want als zij de besmettingen van de wereld ontvlucht zijn door de kennis van de Heere en Zaligmaker Jezus Christus, maar daarin opnieuw verwikkeld raken en daardoor overwonnen worden, dan is voor hen het laatste erger geworden dan het eerste.


21 Het zou immers beter voor hen geweest zijn dat zij de weg van de gerechtigheid niet gekend hadden, dan dat zij, nadat zij die hebben leren kennen, zich weer afkeren van het heilige gebod dat hun overgeleverd was.


22 Maar hun is overkomen wat een waar spreekwoord zegt: De hond is teruggekeerd naar zijn eigen uitbraaksel en de gewassen zeug naar het rondwentelen in de modder.


 


 


Romeinen 2:6-8


6   Die ieder vergelden zal naar zijn werken,


namelijk hun die met volharding het goede doen en heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken: het eeuwige leven.


8   Hun echter die twistziek zijn en ongehoorzaam aan de waarheid, maar gehoorzaam aan de ongerechtigheid, zalgramschap en toorn vergolden worden.


 


 


Hebreeen 10:26-29


26  Want als wij willens en wetens zondigen, nadat wij de kennis van de waarheid ontvangen hebben, blijft er geen slachtoffer voor de zonden meer over,


27 maar slechts een verschrikkelijke verwachting van oordeel en verzengend vuur, dat de tegenstanders zal verslinden.


28 Als iemand de wet van Mozes tenietgedaan heeft, moet hij sterven zonder barmhartigheid, op het woord van twee of drie getuigen.


29 Hoeveel te zwaarder straf, denkt u, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God vertrapt heeft en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht heeft en de Geest van de genade gesmaad heeft?


 


 


 


1 Johannes 2:3-6


3 En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen.


4  Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet.


5 Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden.  Hierdoor weten wij dat wij in Hem zijn.


6 Wie zegt in Hem te blijven,  moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft.


 


 


Johannes 10:26-27


26 Maar u gelooft niet, want u bent niet van Mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb.


27  Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.


 


 


Johannes 3:18


18  Wie in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar wie niet gelooft, is al veroordeeld, omdat hij niet geloofd heeft in de Naam van de eniggeboren Zoon van God.


19 En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liefgehad, meer dan het licht, want hun werken waren slecht.


20 Want ieder die kwaad doet, haat het licht en komt niet tot het licht, opdat zijn werken niet ontmaskerd worden.


 


 


Romeinen 11:22


22 Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God: strengheid over hen die gevallen zijn, over u echter goedertierenheid, als u in de goedertierenheid blijft. Anders zult ook u afgehouwen worden.


 


Hebreeen 6:1-20


1 Laten wij daarom het eerste onderwijs met betrekking tot Christus laten rusten, en doorgaan tot de volmaaktheid, zonder opnieuw het fundament te leggen van bekering van dode werken en van geloof in God,


2 van de leer van de dopen, van de handoplegging, van de opstanding van de doden en van het eeuwig oordeel.


3 En dat zullen wij ook doen,  als God het toestaat.


4   Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest,


5 en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld,


6 en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.


7 Want de aarde die de regen indrinkt, die er dikwijls op valt, en die nuttig gewas voortbrengt voor hen door wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God.


8 Maar de aarde die dorens en distels voortbrengt, is verwerpelijk en de vervloeking nabij, waarvan het einde tot verbranding leidt.


9 Ook al spreken wij zo, geliefden, wat u betreft zijn wij echter overtuigd van betere dingen, die met de zaligheid samenhangen.


10   Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten en de liefdevolle inspanning die u Zijn Naam bewezen hebt, doordat u de heiligen gediend hebt en nog dient.


11 Maar wij verlangen ernaar dat ieder van u dezelfde inzet toont, tot volle zekerheid van de hoop, tot het einde toe,


12 opdat u niet traag wordt, maar navolgers bent van hen die door geloof en geduld de beloften beërven.


13 Want toen God Abraham de belofte deed, zwoer Hij bij Zichzelf, omdat Hij bij niemand die hoger was, kon zweren.


14 Hij zei:  Voorzeker, rijk zal Ik u zegenen en overvloedig zal Ik u in aantal doen toenemen.


15 En zo heeft hij de belofte verkregen na daar geduldig op gewacht te hebben.


16 Mensen zweren immers bij Iemand die hoger is dan zijzelf, en de eed, die hun tot bevestiging dient, is het eind van alle tegenspraak.


17 Omdat Hij aan de erfgenamen van de belofte overvloediger de onveranderlijkheid van Zijn raadsbesluit wilde bewijzen, heeft God die bekrachtigd met een eed,


18 opdat wij door twee onveranderlijke dingen, waarin het onmogelijk is dat God zou liegen, een sterke troost zouden ontvangen, wij die bij Hem de toevlucht genomen hebben om de hoop die voor ons ligt, vast te houden.


19 Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel.


20 Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek  Hogepriester geworden is tot in eeuwigheid.


 


 


Handelingen 2:38-39


38 En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.


39 Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal.


 


 


Johannes 3:36


36 wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.


 


Johannes 6:50-71


        50 Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan eet en niet sterft.


51 Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is;  als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid.  En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld.


52 De Joden dan redetwistten met elkaar en zeiden:  Hoe kan Hij ons Zijn vlees te eten geven?


53 Jezus dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloedniet drinkt, hebt u geen leven in uzelf.


54  Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag.


55 Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank.


56 Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem.


57 Zoals de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, zo zal ook wie Mij eet, leven door Mij.


58 Dit is het  brood dat uit de hemel neergedaald is; niet zoals uw vaderen het manna gegeten hebben en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.


59 Deze dingen zei Hij, terwijl Hij onderwijs gaf in de synagoge in Kapernaüm.


60 Velen dan van Zijn discipelen die dit hoorden, zeiden: Dit woord is hard; wie kan het aanhoren?


61 Maar omdat Jezus bij Zichzelf wist dat Zijn discipelen daarover morden, zei Hij tegen hen: Neemt u hier aanstoot aan?


62 En  als u de Zoon des mensen nu eens zou zien opvaren naar de plaats waar Hij eerder was?


63   De Geest is het Die levend maakt, het vlees heeft geen enkel nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.


64 Maar er zijn sommigen onder u die niet geloven.  (Want Jezus wist van het begin af wie het waren die niet geloofden,  en wie het was die Hem zou verraden.)


65 En Hij zei:  Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem door Mijn Vader gegeven is.


66 Van toen af trokken velen van Zijn discipelen zich terug en gingen niet meer met Hem mee.


67 Jezus dan zei tegen de twaalf: Wilt u ook niet weggaan?


68 Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, naar wie zullen wij heengaan? U hebt woorden van eeuwig  leven.


69 En wij hebben geloofd en erkend  dat U de Christus bent, de Zoon van de levende God.


70 Jezus antwoordde hun: Heb Ik u, de twaalf, niet uitgekozen? En een van u is een duivel.


71 En Hij doelde op Judas Iskariot, de zoon van Simon, want die zou Hem verraden, een van de twaalf.


 


 


Lukas 6:46


  46 Waarom noemt u Mij: Heere, Heere, en doet niet wat Ik zeg?



Mattheus 24:13


En doordat de wetteloosheid zal toenemen, zal de liefde van velen verkillen.


13  Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.


 


Openbaringen 3:1-6


1 En schrijf aan de engel van de gemeente in Sardis: Dit zegt Hij Die de zeven Geesten van God heeft en de zeven sterren: Ik ken uw werken, en weet dat u de naam hebt dat u leeft, maar u bent dood.


2 Wees waakzaam en versterk het overige dat dreigt te sterven, want Ik heb uw werken niet vol bevonden voor God.


3 Bedenk dan hoe u het hebt ontvangen en gehoord, en houd het vast en bekeer u. Als u dan niet waakzaam bent, zal Ik bij u komen als een dief en u zult beslist niet weten op welk uur Ik bij u zal komen.


4 Maar u hebt ook in Sardis enkele personen die hun kleren niet bevlekt hebben, en zij zullen met Mij wandelen in wittekleren, omdat zij het waard zijn.


5 Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.


6 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.


 


 


 


Openbaringen 2:4-7


4 Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.


5 Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert.


6 Maar dit hebt u vóór, dat u de werken van de Nikolaïeten haat, die ook Ik haat.


7 Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het paradijs van God staat.


 


 


2 Petrus 1:9-10


9 Immers, bij wie deze dingen niet aanwezig zijn, die is blind en kortzichtig, omdat hij de reiniging van zijn vroegere zonden vergeten is.


10 Daarom, broeders, beijver u des te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want als u dat doet, zult u nooit meer struikelen.


 


 


Efeze 2:10


10 Want wij zijn Zijn maaksel,  geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.


 


Galaten 5:4


4 U bent van Christus losgeraakt, u die door de wet gerechtvaardigd wilt worden; en daarmee bent u uit de genade gevallen.


 


Handelingen 20:28


28  Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.